Hij boog zich naar haar toe en fluisterde:
“Zeg me eens eerlijk — hoe lang plan je dit al?”
Haar ogen sperden zich open. “Wat bedoel je?”
Javier’s blik was koud. “Er zat iets in mijn glas, nietwaar?”
Toen gleed haar masker af. “Wie heeft dat gezegd?” siste ze. “Die serveerster? Ze liegt! Ze probeert ons uit elkaar te drijven!”
Javier tikte op zijn horloge.
“Mijn beveiliging bekijkt op dit moment de camerabeelden.”
Liana verstijfde.
De waarheid
Enkele minuten later kwam de restaurantmanager binnen met twee bewakers. In zijn handen: een tablet.
“Señor Monteiro… dit moet u zien.”
De beelden toonden Liana, exact zoals Sofia het had gezien: het zakje, de snelle beweging, het poeder.
Liana barstte in tranen uit. “Ik deed het voor ons! Jij zou me nooit echt vertrouwen — ik moest zeker zijn van mijn toekomst!”
Javier stond langzaam op. Zijn stem was ijzig.
“Jij wilde mijn toekomst stelen.”
Hij draaide zich naar Sofia, die aan de rand van de zaal stond, zichtbaar bang.
“Kom hier,” zei hij zacht.
Sofia stapte aarzelend naar voren.
“U heeft mijn leven gered,” zei hij eenvoudig.
Hij pakte een envelop uit zijn binnenzak en gaf haar die.
“Mijn assistent zal u morgen bellen. Over een nieuwe baan — en een toekomst zonder angst.”
Sofia kon nauwelijks geloven wat ze hoorde.
Liana werd door de bewakers begeleid naar buiten. Haar stem echode nog even door het restaurant:
“Je zult spijt krijgen, Javier! Zonder mij ben je niets!”
Maar hij glimlachte slechts, bitter en kalm.
“Zonder jou ben ik vrij.”
Epiloog
Een maand later kreeg Sofia een brief van Javier.
Er zat een vliegticket in — bestemming: São Paulo — en een contract voor een nieuwe functie in zijn stichting die hulp bood aan vrouwen in nood.
Onderaan stond een handgeschreven regel:
“Sommige mensen schenken vergif in glazen. Anderen schenken hoop. Jij hoort bij de tweede soort.
