—
Die avond was er een familie-etentje gepland. Mijn broer, mijn tante en mijn ouders zaten samen aan tafel. Het gesprek ging over de bruiloft — bloemen, muziek, de gastenlijst. Iedereen leek vrolijk, behalve Thomas.
Hij at nauwelijks en keek af en toe richting de trap.
Mijn tante merkte het op. “Wat is er, jongen? Zenuwachtig voor de grote dag?”
Thomas glimlachte flauwtjes. “Zoiets.”
Later, toen ik de tafel afruimde, hoorde ik hem zachtjes met mijn vader praten.
“Mag ik iets vragen?” zei Thomas.
“Tuurlijk,” antwoordde mijn vader.
“Is er ooit… iets gebeurd in dit huis? Iets met de moeder van Emma?”
Ik verstijfde in de deuropening. Mijn vader keek hem verbaasd aan. “Wat bedoel je?”
“Gisteravond zag ik iemand bij het raam,” zei Thomas aarzelend. “Ik dacht dat het haar was, maar…”
Mijn vader glimlachte vriendelijk, maar zijn ogen werden even donker. “Je hebt vast de oude spiegel gezien. Die hangt daar al jaren. In het maanlicht lijkt het soms alsof iemand kijkt.”
Thomas knikte, maar ik zag dat hij het niet geloofde.
—
Die nacht werd ik wakker van zacht gefluister. Ik draaide me om, maar Thomas was niet in bed. Ik stond op en liep naar de gang. Het licht van de badkamer brandde.
Ik klopte. “Thomas?”
Geen antwoord.
Ik deed de deur open. De badkamer was leeg. Alleen de spiegel besloeg langzaam van vocht, hoewel niemand had gedoucht. En midden in het beslagen glas zag ik… een afdruk. Twee vingers. Van binnenuit……..