Soir 3

 

Maar hij schudde zijn hoofd. “Nee. Ze stond daar. En ze glimlachte, maar het was niet… vriendelijk.”

 

Ik probeerde hem gerust te stellen en bracht hem terug naar binnen. Mijn moeder lag inderdaad te slapen in haar kamer, vredig, met het regelmatige ritme van ademhaling.

“Zie je?” fluisterde ik. “Alles is goed.”

 

Toch bleef hij onrustig. Hij sliep pas tegen de ochtend, kort voor zonsopkomst.

 

 

 

De volgende dag deed hij vreemd afstandelijk. Tijdens het ontbijt keek hij nauwelijks op. Mijn moeder merkte het ook.

“Alles goed, Thomas?” vroeg ze vriendelijk.

Hij glimlachte gespannen. “Ja, alles prima.”

 

Maar zijn blik gleed telkens naar haar. Alsof hij iets probeerde te begrijpen.

 

Na het eten liep ik met hem naar buiten. “Wat is er met je aan de hand?” vroeg ik.

Hij zuchtte diep. “Ik weet dat je denkt dat ik gek ben. Maar ik weet wat ik zag.”

“Wat dan?”

“Het was jouw moeder… maar ze zag eruit als… jonger. En haar ogen waren anders. Donker. Alsof ze mij kende van vroeger.”

 

Ik lachte zenuwachtig. “Dat kan niet. Ze heeft je nog nooit ontmoet.”

 

Hij keek me recht aan. “Ik weet wat ik zag, Emma…….

Lees verder op de volgende pagina

Laisser un commentaire