Ik volgde hem, verward en boos. “Waarom gooi je mijn eten weg? Ik heb hier uren aan gewerkt!”
Toen keek hij me eindelijk aan, zijn gezicht strak. “Omdat ik een video heb gezien over voedselveiligheid. Kip mag niet op die temperatuur bewaard worden. Jij had het op het aanrecht laten staan terwijl je de tafel dekte. Je had me bijna ziek gemaakt.”
Mijn mond viel open. Was dat zijn reden? Hij had niet eens gevraagd of alles goed was gegaan. Geen bedankje, geen waardering, alleen… wantrouwen.
“Je had ook gewoon kunnen vragen of ik wist wat ik deed,” zei ik zacht. “In plaats van alles zonder overleg weg te gooien.”
Hij haalde zijn schouders op. “Ik had geen zin in een voedselvergiftiging, oké?”
Op dat moment wist ik dat er iets gebroken was. Niet door de kip. Niet door de vuilnisbak. Maar door de manier waarop hij me behandelde – alsof ik dom was, alsof mijn moeite niets waard was……
