Voorzichtig deed ik de deur open. Daar stond Stéphanie. De straatlamp wierp haar lange schaduw achter zich. Haar jas was doorweekt, haar ogen glanzend van tranen.
“Laat me binnen,” fluisterde ze.
Haar stem klonk breekbaar, een echo van de sterke vrouw die ik had gekend.
Ik staarde naar haar. In de stilte hoorde ik alleen mijn eigen ademhaling.
“Waarom kom je nu pas?” was mijn eerste gedachte, maar ik hield het in.
Ze klopte met haar hand zacht tegen de deurpost en zei: “Ik had alles fout. En… ik ben soms bang om de consequenties onder ogen te zien. Ik had je haar gekwetst, je vertrouwen vernietigd.”
Ik deed de deur verder open. Ze stapte binnen. De geur van haar parfum was bekend, maar de persoon was anders. Ze zag vervlochten uit; haar gezicht bleek, haar schouders gebogen…..
