Het jongetje keek hem met grote ogen aan.
— “Bent u mijn papa?” vroeg hij zacht.
Jonathan voelde zijn keel dichtknijpen.
— “Ja… ik ben je papa.”
Nina legde haar hand op de schouder van haar zoon.
— “Ik wil geen excuses. Maandag moet je in het Santa María-ziekenhuis zijn. Hij staat op de lijst… maar de tijd dringt.”
Ze draaide zich om en liep weg. De deur sloot zich achter haar, terwijl Jonathan in stilte bleef zitten tussen zijn prijzen en tijdschriftcovers die hem ooit “de meedogenloze visionair” noemden. Maar al dat succes voelde plots leeg.
Die nacht sliep hij niet. Hij dacht terug aan de dag dat ze hem haar zwangerschap bekendmaakte, en hoe hij haar met een cheque had weggestuurd. Hij dacht aan de ogen van het jongetje, zijn spiegelbeeld. En hij wist: dit keer kon hij zich niet verschuilen achter geld of macht.
—
Op maandag lag Jonathan in het ziekenhuis, gekleed in een patiëntenschort. Voor het eerst in zijn leven voelde hij zich kwetsbaar. Maar hij was er……
