Mijn blik viel op mijn pols, en toen herinnerde ik me iets. Mijn fitnessarmband! Ik had hem in zijn auto laten liggen. En die armband was verbonden met mijn telefoon via een app.
Zonder veel te verwachten opende ik de app.
Mijn hart sloeg sneller toen ik het zag: de locatie van zijn auto. Niet in een andere stad, niet honderden kilometers verderop — nee, in het centrum van onze eigen stad, geparkeerd bij een hotel.
Mijn adem stokte. Eerst dacht ik dat er een fout moest zijn. Maar de coördinaten bewogen niet. Hij was daar.
Een mengeling van boosheid en ongeloof nam de overhand. Zonder na te denken pakte ik mijn autosleutels, trok mijn jas aan en reed naar het hotel. De straten waren stil, de sneeuw glinsterde onder de lantaarns. Alles leek vredig — behalve mijn hart.
Toen ik bij het hotel aankwam, zag ik het meteen: zijn auto.
Ik liep naar binnen, probeerde kalm te blijven, en ging naar de receptie.
“Goedenavond,” zei ik vriendelijk. “Mijn man, Tom Vermeer, heeft hier een kamer geboekt. Kunt u me vertellen of hij aanwezig is?”
De receptioniste keek even in haar systeem, aarzelde en zei toen beleefd: “Sorry mevrouw, om privacyredenen kan ik daar geen informatie over geven……
