Ik wilde uitstappen, maar de deuren zaten op slot. De taxi reed sneller, de stad verdween achter ons.
“Je hebt ze gezien, nietwaar?” vervolgde hij. “Mijn familie, mijn vrienden. Iedereen denkt dat jij schuldig bent. Maar er is meer. Iemand probeerde mij te doden, Annelies. En ze dachten dat ze waren geslaagd.”
Mijn handen trilden. “Waarom vertel je mij dit nu?”
“Omdat jij de enige bent die ik kan vertrouwen,” zei hij. “Maar je moet zwijgen. Voor nu.”
De taxi stopte plotseling langs een verlaten weg. Damian draaide zich naar me om, zijn ogen donker en intens.
“Vergeet wat je vandaag hebt gezien. En ga niet terug naar het huis. Ze weten dat je iets weet.”
“Wie zijn ‘ze’?” fluisterde ik.
Hij opende de deur aan mijn kant. “Ga nu. En als je ooit weer een taxi hoort stoppen voor je deur… ren dan.”
Voordat ik iets kon zeggen, was hij verdwenen. Alleen de geur van zijn parfum bleef hangen….
