Maison de jour

Voor me stond mijn jongste zoon, Elias. Zijn gezicht was bleker dan ik me herinnerde, zijn ogen diepliggend en rood van slapeloosheid. Zijn jas was vuil, gescheurd op de mouw, en in zijn hand hield hij een kleine tas vast die hij onmiddellijk achter zijn rug verborg toen hij me zag.
“Elias?” fluisterde ik, alsof ik mezelf ervan moest overtuigen dat ik niet hallucineerde.
Hij slikte moeizaam. “Mam… ik wilde je niet laten schrikken. Het spijt me. Echt.”
Ik kon alleen maar naar hem blijven staren. De laatste keer dat ik Elias zag, was bijna een jaar geleden. Hij was altijd de stille, gevoelige van de drie, degene die liever boeken las dan voetbalde, en die als eerste het huis verliet om “zijn eigen pad te vinden.” Dat pad had hem naar een andere stad gebracht — en uiteindelijk naar stilte. Wekenlange stilte. Geen telefoontjes, geen berichten, geen enkel teken van leven……

lees meer op de volgende pagina

Laisser un commentaire