Hij liet een kleine stilte vallen, alsof hij me de tijd gaf om het te verwerken.
‘Ik werk nu in een universitair ziekenhuis,’ vervolgde hij. ‘En een paar dagen geleden kwam ik iets tegen… iets wat ik niet wist. Iets over mijn moeder.’
Ik verstijfde in mijn stoel.
‘Ik heb haar medische dossiers ingezien,’ zei hij zacht. ‘En ik ontdekte dat ze niet zomaar gestorven is aan een plotselinge beroerte.’
Mijn keel werd droog.
‘Uw vrouw… mijn moeder… had al langere tijd klachten,’ ging hij verder. ‘Ze is naar een arts gegaan. Ze had onderzoeken moeten krijgen, maar ze stelde dingen uit. Uit angst. Uit stress. Ze was bang u en mij alleen te laten.’
Ik voelde een steek door mijn borst.
‘En toen zag ik iets wat ik nooit had verwacht,’ zei Thomas.
‘Ze had een erfelijke vaatziekte. Een heel zeldzame. Ze wist het niet zeker, maar ze vermoedde dat ik het misschien ook had.’
Mijn adem stokte.
Hij vervolgde op zachte toon, zonder wrok, zonder verwijt:
‘Ze wilde u sparen. Daarom heeft ze het nooit verteld. Niet aan u. Niet aan mij.’
Mijn handen trilden nu zichtbaar.
‘Na haar dood,’ zei hij, ‘had ik eigenlijk meteen onderzocht moeten worden. Maar… dat is nooit gebeurd……..