“Rustig, we doen straks wel iets.”
Maar “straks” kwam nooit.
Na drie weken had ik genoeg.
De druppel
Op een avond kwam ik thuis van mijn werk. De geur in huis sloeg me bijna achterover.
Er stond eten op het aanrecht dat al dagen oud leek, de afwas lag opgestapeld, en uit de logeerkamer kwam een geur die ik niet eens durfde te beschrijven.
Ik opende de deur — en stond midden in wat leek op een slagveld.
Vuile kleren op de grond, halflege glazen, kruimels overal.
Ik kon wel huilen.
Toen Thomas thuiskwam, sprak ik hem aan.
“We moeten praten,” zei ik kalm maar vastberaden. “Dit is geen manier van leven. Alex moet zijn spullen opruimen of vertrekken.”
Hij zuchtte en rolde met zijn ogen.
“Doe niet zo dramatisch, Emma. Het is gewoon een kamer. Je doet alsof je hier de enige bent die iets te zeggen heeft.”
Ik voelde mijn hart breken……..
