Jour 900

 

Toen ze haar spullen op de toonbank legde, begon ze in haar tas te zoeken. Haar vingers trilden licht.

 

‘Het spijt me…’ fluisterde ze. ‘Ik mis vier dollar. Kan ik… kan ik de luiers terugleggen?’

 

Ik keek naar het slapende jongetje, daarna naar haar ogen. Ze waren rood, niet van woede maar van dagenlang vechten tegen tranen.

 

Voor ik erover nadacht, zei ik:

‘Nee, nee. Laat maar. Ik regel het.’

 

Ze bewoog even niet. Alsof ze niet zeker wist of ze me goed had gehoord.

 

‘Echt?’ vroeg ze schor.

 

Ik knikte. ‘Het is laat. Ga naar huis. Zorg goed voor jezelf en voor hem.’

 

Haar ogen vulden zich, maar ze knipperde de tranen snel weg. Ze bedankte me fluisterend en haastte zich de nacht in, haar zoontje zachtjes wiegend.

 

Ik dacht dat dat het einde was. Een kleine daad van vriendelijkheid die niemand ooit zou merken.

 

Een week later riep mijn leidinggevende me echter naar zijn kantoor. Zijn stem klonk neutraal, maar ik voelde iets in mijn maag zakken…….

Lees verder op de volgende pagina

Laisser un commentaire