Ik ben negenveertig jaar en werk al bijna vijftien jaar nachtdiensten in een benzinestation aan de rand van de stad. Het soort plaats waar de tijd traag voorbijgaat, waar de automaten soms een eigen wil lijken te hebben en waar de geur van oude koffie in de lucht hangt alsof hij er woont. De meeste nachten zijn stil. Een paar vrachtwagenchauffeurs. Iemand die snel een snack komt halen. Af en toe iemand die alleen komt omdat stilte minder zwaar voelt in gezelschap.
Maar die vrijdagavond was anders.
Rond half twaalf ging de deur open en kwam er een vrouw binnen. Haar jas was te dun voor de kou buiten, en op haar schouder lag een slapend kindje — een jongetje van misschien twee jaar. Zijn handje klemde zich nog half in haar kraag, alsof hij bang was haar los te laten, zelfs in zijn slaap.
De vrouw keek niet rond zoals klanten meestal doen. Ze liep recht naar de kleine rekken achterin de winkel en pakte drie dingen: een klein pak melk, een brood en een pakket luiers. Ik had haar nog nooit eerder gezien, maar er was iets aan haar blik dat ik onmiddellijk herkende: de uitputting die niet alleen uit je lichaam komt, maar uit je leven………..