Haar vriendin giechelde.
“Kijk naar haar schoenen – die vallen uit elkaar. Huren ze hier zwervers in?”
De vrouw op de grond verstijfde. Haar handen trilden, haar adem stokte even. Ze wilde haar blik op de vloer houden, maar haar ogen glansden van ingehouden tranen.
De man tegenover de blonde vrouw grijnsde en zei met een spottende toon:
“Misschien hoort ze bij het interieur. Een soort vintage decoratie.”
Hun gelach vulde de ruimte.
En iets in mij brak.
Ik wilde iets zeggen, maar voor ik mijn mond kon openen, schoof mijn man zijn stoel naar achteren.
Het geluid was scherp – als een mes dat door de stilte ging.
Hij stond op, recht, kalm, maar met een vuur in zijn ogen dat ik zelden had gezien.
Hij liep langzaam naar hun tafel.
Het hele restaurant zweeg. De muziek stopte. Alle ogen waren op hem gericht.
Hij bleef staan, keek niet naar de champagneglazen of de juwelen, maar rechtstreeks naar de mensen die zojuist iemand hadden vernederd.
Met rustige, beheerste stem zei hij……
