Met tegenzin vertrok ze. Elke dag van de reis voelde dubbel. De stranden, de bergen, de exotische steden – ze waren prachtig, maar haar gedachten dwaalden steeds af naar huis. Hoe ging het met Samir? Hoe ging het met zijn moeder? De keren dat ze belde, kreeg ze korte, vermoeide antwoorden. Alsof hij iets achterhield.
Na zestien dagen en meer dan 27 uur vliegen stond ze weer voor hun huis. Uitgeput maar opgelucht. Ze zette haar koffer neer, opende de deur – en verstijfde.
Samir zat in de woonkamer. Zijn gezicht was bleek, zijn ogen diep in hun kassen. Hij leek ouder, uitgeput.
Met trillende stem vroeg ze:
“Wat doe je hier? Ik dacht dat je bij je moeder zou zijn…”
Hij keek haar aan, zwijgend. Na een lange stilte zei hij zacht:
“Mam heeft de operatie niet laten doorgaan. Tenminste… niet zoals wij dachten.”
Layla ging naast hem zitten, haar hart bonsde.
“Wat bedoel je? Ze zou toch op de dag van mijn vertrek geopereerd worden?”
Samir slaakte een zucht…….
