Jour 30

Met mijn telefoon stevig in mijn hand liep ik langzaam richting het verlaten gebouw. Mijn hart bonsde in mijn keel. Ik wilde weten waarom mijn zoon elke dag hierheen werd gebracht. Terwijl ik dichterbij kwam, hoorde ik het zachte piepen van de verroeste deur die Grace net achter zich dicht had getrokken. Ik haalde diep adem, verzamelde al mijn moed en glipte naar binnen.

 

De lucht was muf en koud. Een zwakke geur van vochtige stenen vulde mijn neus. De gangen waren donker, maar ergens beneden zag ik een zwak licht flikkeren. Langzaam daalde ik de trap af, mijn hand glijdend langs de muur om niet uit te glijden. Elke stap kraakte vervaarlijk. Ik vreesde dat Grace me zou horen, maar het geluid van stemmen leidde haar af.

 

“Kom op, Liam, je kunt dit,” hoorde ik Grace fluisteren. Haar stem was zachter dan ik ooit had gehoord. Nieuwsgierig boog ik voorover en keek door een opening. Wat ik zag, verraste me volledig…..

lees meer op de volgende pagina

Laisser un commentaire