HET DAGBOEK
Tussen de koffers vond ik een oud, leren notitieboek met een lint eromheen. Ik opende het met trillende vingers. De eerste woorden lieten me verstijven.
“1 mei 1963. Vandaag ben ik bevallen. Een jongen. Henry. Zo klein, zo mooi.”
“2 mei. Gerry weet van niets. Hij denkt dat ik nog steeds in de bibliotheek werk.”
“3 mei. Ze zeggen dat hij het niet zal halen. Hij is te zwak. Ik kan hem niet verliezen.”
Mijn keel werd dichtgeknepen.
Ik bladerde verder.
“6 mei. Henry is weg. Ze zeiden dat het beter was hem niet te zien… maar ik heb het toch gedaan. Ik heb een foto genomen. Dat is alles wat ik nog heb.”
“Ik zal het Gerry nooit vertellen. Hij zou het niet begrijpen.”
Ik liet het boek vallen.
Mijn lieve vrouw had meer dan een halve eeuw lang een geheim gedragen – een kind dat we samen hadden kunnen hebben, maar dat ik nooit heb gekend.
OP ZOEK NAAR ANTWOORDEN
De volgende dag ging ik naar het ziekenhuis dat in het dagboek werd genoemd. Het gebouw was inmiddels een gemeenschapshuis, maar een oudere verpleegster werkte er nog……
