Opa glimlachte beleefd. “We willen niets, meneer De Vries. U kunt de oprit weghalen of de grond kopen — aan de prijs die in de brief staat.”
“€12.600 voor een lapje van drie meter breed?”
“U had het kunnen vragen voordat u begon te graven,” antwoordde oma kalm.
De Vries gromde iets onverstaanbaars en vertrok.
Maar drie dagen later belde zijn advocaat.
Hij wilde onderhandelen.
Patrick, die alles begeleidde, hield voet bij stuk.
De enige concessie die mijn grootouders deden, was dat ze geen rente vroegen over de schadeperiode.
Uiteindelijk moest De Vries €11.800 betalen om het stukje grond officieel in eigendom te krijgen.
En dat was nog niet alles.
Omdat hij zonder toestemming had gegraven, kreeg hij van de gemeente ook nog een boete van €3.000 wegens overtreding van de bouwregels.
Totaal: bijna €15.000 kwijt —
alleen omdat hij te trots was om te luisteren.
Een maand later zat oma op het terras, nippend van haar thee, toen ze een geluid hoorde.
Ze keek over het hek en zag De Vries zijn oprit opnieuw laten bestraten — dit keer volgens de juiste grenzen.
Hij keek even op, zag haar, en knikte kort.
Geen woorden, geen excuses.
Maar zijn blik zei genoeg.
Opa kwam naast haar zitten en glimlachte.
“Eindelijk rust.”
“En een mooi nieuw hek,” antwoordde oma.
Want van het geld dat ze kregen, hadden ze een prachtig houten hek laten plaatsen — precies op de grens.
Patrick kwam later langs met een fles wijn.
Hij lachte toen hij het hek zag.
“Dat ziet er goed uit. Heeft hij iets gezegd?”
Opa grijnsde. “Alleen dat hij zijn les geleerd heeft.”
Patrick hief zijn glas. “Op gerechtigheid — en op een goede buur, als het even kan.”
