Homme 068

 

Ik hoorde mijn telefoon trillen. Een onbekend nummer. Mijn hart sloeg over.

 

“Hallo?”

 

Een stem. Zacht. Hees.

“Je hebt de brief gevonden, hè?”

 

“Wie is dit?” fluisterde ik.

 

Een korte stilte, gevolgd door ademhaling.

“Je weet wie ik ben, zusje.”

 

Mijn keel kneep dicht. “Milo?”

 

“Luister goed,” zei hij gejaagd. “Ik heb niet veel tijd. Ze denken nog steeds dat ik dood ben. En als ze weten dat jij het weet, ben je ook niet veilig.”

 

“Wat bedoel je? Wie zijn ze?”

 

“Vader werkte aan een project dat gevaarlijk was. Hij ontdekte iets over een organisatie die meer macht heeft dan je je kunt voorstellen. Ze gebruikten mensen… testten technologieën. Hij wilde het openbaar maken. Daarom moest hij sterven.”

 

Ik stond op, liep naar het raam — instinctief, alsof iemand me kon horen. Buiten was het donker, stil. Alleen het zachte geruis van regen….

lees meer op de volgende pagina

Laisser un commentaire