Ik voelde mijn hart bonzen. Niet alleen leefde hij nog… maar hij zei dat het geen ongeluk was.
“Ze kwamen voor vader, niet voor mij,” stond er verder. “Hij had iets ontdekt dat hij niet mocht weten. Iets over het bedrijf waar hij werkte. Ik was getuige van het moment dat ze hem bedreigden. Toen ik probeerde te helpen, grepen ze me en dwongen ze me te verdwijnen. Het heeft me jaren gekost om te ontsnappen.”
Mijn vingers trilden terwijl ik de rest van de brief las, de woorden steeds dieper in me kerfden:
“Ik kan nu nog niet zeggen waar ik ben, maar ik ben dichtbij. Binnenkort kom ik naar je toe — als het veilig is. Vertrouw niemand. Zelfs niet degenen die zeggen dat ze me zoeken.”
Er zat nog iets in de envelop — een oude foto. Wij tweeën, aan zee, met onze vader, en achteraan… een schaduw, vaag, bijna onzichtbaar. Iemand stond ons toen al te observeren……….
