Toch hoorde ik soms tijdens mijn nachtelijke wandelingen met de hond zachte pianoklanken. Ze kwamen uit haar richting, droevig en tegelijk bekend. Alsof het lied ooit ergens in mijn geheugen was ingeprent. Altijd hetzelfde stuk, altijd dezelfde melancholie.
In het raam zat vaak een kat, stil en onbeweeglijk. Het leek bijna een beeld, zo roerloos als ze daar zat.
—
De nacht van de ambulance
Twee maanden geleden werd de stilte doorbroken. Net na middernacht kleurden rode en blauwe lichten onze straat. Ik keek door het raam: een ambulance stond voor het huis van mevrouw Halloway.
Zonder na te denken rende ik naar buiten, blootsvoets en nog in mijn nachtkleding. De hulpverleners brachten haar naar buiten, fragiel, bleek, naar adem happend. Op dat moment, terwijl ze op de brancard lag, greep ze mijn pols.
“Alsjeblieft…” fluisterde ze met een stem die nauwelijks hoorbaar was. “Mijn kat. Laat haar niet verhongeren.”
En toen, voor het eerst in 26 jaar, stond de deur van haar huis open…..
