Elke ochtend doe ik de deur van mijn huis open en als eerste kijk ik naar de oprit. Precies daar, voor mijn huis, ligt die ene parkeerplaats die voor mij het verschil maakt tussen zelfstandig en hulpbehoevend zijn. Voor de meeste mensen is het misschien zomaar een stukje beton, maar voor mij is het mijn dagelijkse leven. Ik heb chronische pijn in mijn benen en ik loop met een stok; elke extra stap is pijnlijk en uitgeput.
Het probleem begon toen de nieuwe buurman besloot zijn auto telkens precies op díe plek te zetten, alsof het van hem was. In het begin sprak ik hem vriendelijk aan. Toen vriendelijk niet hielp, werd ik duidelijker: ik legde hem mijn situatie uit, sprak over mijn pijn en mijn behoefte aan die ene plek. Hij leek het aan te horen, maar het veranderde niets. Zijn auto stond er weer. En weer.
De laatste keer dat ik hem aansprak voelde ik me sterker dan gewoonlijk. Ik zei zonder omwegen:
– “Dat is niet zomaar een plekje. Dat is mijn dagelijkse toegang tot huis. Kun je er alsjeblieft mee stoppen?”
Hij keek me aan, met zo’n lege blik die niets zegt, en antwoordde:
– “Oké, ik zal erover nadenken……
