En toen, ineens, een beslissing zonder woorden—hij kwam naar me toe, pakte mijn hand, duwde me naar de deur. Ik had alleen mijn t-shirt aan, mijn sokken, niets meer. Hij opende de deur, slingerde hem achter me dicht, draaide op slot.
Daar stond ik, midden in de schemering, de stoep koud onder mijn voeten, mijn adem zichtbaar in de lucht. Mijn sokken boden nauwelijks bescherming; mijn hart bonsde in mijn borst. Ik keek omhoog, tranen stroomden over mijn wangen. De stilte was even intens als zijn woede. De auto’s reden voorbij; mensen keken, maar niemand stopte. Ik voelde me klein, onzichtbaar, vernederd.
Ik slenterde zonder richting, mijn gedachten klampten zich vast aan herinneringen: de eerste keer dat hij glimlachte toen ik vertelde dat ik zwanger was, zijn hand op mijn buik, hoe hij me hoop gaf. Waar was dat gebleven? Had ik dat allemaal verkeerd gezien?……
