Vladimir voelde zijn keel dichtknijpen. Hij knikte langzaam. « Ja, dat ben ik. »
De jongen kwam dichterbij en legde zijn kleine hand op Vladimirs knie. « Wil je mijn tekening zien? »
Hij haalde een papier tevoorschijn: drie kinderen, een huis, een zon, en een man met een grijze snor. Daaronder stond met grote letters:
« Opa komt op bezoek. »
Vladimir slikte. Zijn stem trilde toen hij zei: « Die is prachtig, jongen. »
Na de lunch liep hij met Artiom naar buiten. De geur van vers hooi vulde de lucht, in de verte mekkerden geiten.
« Je hebt hier echt iets opgebouwd, » zei Vladimir zacht.
Artiom glimlachte. « We werken hard. Angela heeft een klein groentebedrijf gestart. Ik help haar met administratie en online verkoop. We verdienen niet zoveel als in de stad, maar… we zijn gelukkig. »
Er viel een lange stilte. De wind ruiste door de bomen.
« Papa, » zei Artiom tenslotte, « ik heb je niet gevraagd om het te begrijpen. Alleen om eens te komen kijken. »
Vladimir keek naar zijn zoon — volwassen, rustig, gelukkig. Hij dacht aan zijn eigen jeugd, aan zijn vrouw, aan alle jaren dat hij alleen had geleefd tussen vergaderingen en luxe zonder warmte.
Toen zei hij langzaam, bijna fluisterend:
« Ik heb me vergist. »
Artiom keek op. « Wat bedoel je? »
« Ik dacht dat geluk een penthouse was en een miljoen op de bank. Maar ik zie nu… dat ik het nooit begreep. Jullie hebben iets dat ik kwijt ben geraakt. »
Hij keek naar het huis, naar Angela die in de deuropening stond met de kinderen op haar arm.
« Je hebt goed gekozen, zoon. Ze is een sterke vrouw. En die drie… » — hij slikte — « ze zijn perfect. »
Artiom glimlachte breed. « Ze hebben lang op hun opa gewacht. »
Vladimir haalde diep adem, liep naar de kinderen toe, en knielde langzaam neer.
« Mag ik… mag ik jullie een knuffel geven? »
De drie kleintjes stormden op hem af, hun armen om zijn nek, lachend en roepend:
« OPA! »
Angela keek toe, haar ogen glinsterden. Artiom legde zijn hand op haar schouder.
Voor het eerst in jaren voelde Vladimir iets wat hij bijna vergeten was — vrede.
Hij keek naar de horizon, waar de zon langzaam onderging boven de velden, en fluisterde:
« Ik wilde geen kleinkinderen van het platteland… maar misschien heeft het platteland mij iets gegeven wat al die rijkdom nooit kon kopen. »