Ik huilde opnieuw, maar deze keer van opluchting.
Misschien had ik dat duwtje nodig.
Misschien moest iemand me eraan herinneren dat ik er ook toe deed.
Ik keek naar mijn zoontje. Zijn wimpers trilden zachtjes, hij maakte kleine geluidjes in zijn slaap. Hij verdiende een rustige moeder. En ik verdiende rust.
Ja. Het was tijd.
—
De Confrontatie
Ik propte het hoognodige in de luiertas: twee rompertjes, luiers, doekjes, een flesje, mijn portemonnee, een trui. Voor mezelf: niets bijzonders. Ik was niet van plan lang weg te blijven — alleen totdat mijn hoofd weer helder was.
Toen liep ik naar beneden.
Mijn man keek op, verstoord omdat ik de trap kraakte tijdens zijn tv-moment.
“Waar ga jij nu weer heen?” vroeg hij zonder zijn blik echt van het scherm af te halen.
“Naar mijn zus. Ik ga rusten.”
Hij lachte. Echt lachte — alsof ik een grap vertelde……..