Het was Minh, de beste vriend van Khai én de notaris die de documenten had opgesteld.
Hanh keek op, verbaasd.
“Minh? Wat doe jij hier?”
Hij legde zijn tas neer en zei kalm:
“Rustig blijven, Hanh. Ik moest iets controleren.”
Hij haalde de papieren uit zijn tas — dezelfde documenten die Hanh net had getekend.
“Hij liet me ze ondertekenen,” fluisterde Hanh. “Het is voorbij, Minh.”
Hij keek haar recht aan.
“Nee, dat is het niet.”
Hij draaide het bovenste blad om, en Hanh’s ogen werden groot.
De handtekening stond er — maar onderaan het verkeerde formulier.
Niet de echtscheidingsovereenkomst, maar het document dat al hun gezamenlijke bezittingen op haar naam zette.
Khai had gedacht dat hij slim was, maar Minh had de mappen verwisseld.
“Hij wilde alles van je afnemen,” zei Minh zacht. “Maar toen ik hoorde wat hij van plan was… heb ik iets veranderd. De scheidingspapieren liggen nog op mijn bureau.”
Hanh sloeg haar hand voor haar mond.
“Je bedoelt…?”
Minh glimlachte vriendelijk.
“Ja. Jij bent nu officieel eigenaar van het huis, de spaargelden, en zijn bedrijfsaandelen. Hij heeft net zelf getekend — als getuige.”
Hanh’s ogen vulden zich met tranen. Niet van wraak, maar van opluchting…….