Toen Kayla na haar studie “voor een tijdje” bij ons introk, dacht ik dat het gezellig zou worden. Een jong volwassen meisje dat weer even thuis wou landen, dat moest toch lukken? Tom, mijn man, zei meteen ja. Natuurlijk, ik ook. Familie is familie.
Maar na een paar weken merkte ik dat mijn definitie van “samenwonen” niet helemaal overeenkwam met die van Kayla. Voor haar was ons huis een hotel, en ik was de service. Overal lagen haar spullen: cornflakeskommen op de bank, make-up doekjes in de gootsteen, bananenschillen onder de kussens. Toen ik haar vriendelijk vroeg of ze haar rommel wilde opruimen, kreeg ik alleen een oogrol en een diepe zucht terug.
Tom haalde zijn schouders op.
“Ze moet nog even wennen,” zei hij. “Niet zeuren.”
Maar ik voelde me steeds meer een vreemde in mijn eigen huis.
Het moment van de druppel…..
