Die nacht lag ik wakker. Wat als hij in de problemen zat? Wat als hij iets illegaals deed zonder dat ik het wist? Of erger nog… wat als hij me niet meer vertrouwde?
Zaterdag vertrok hij zoals gewoonlijk om zijn moeder te bezoeken. Zodra hij de oprit afreed, belde ik mijn broer Mark. “Ik heb je hulp nodig. Ik weet niet wat Tom verbergt, maar ik moet het weten.”
Mark aarzelde. “Weet je dat wel zeker, Emma? Misschien is het iets persoonlijks.”
“Na twaalf jaar huwelijk mag ik toch weten wat er in mijn eigen huis gebeurt?” antwoordde ik vastberaden.
Een uur later stonden we bij de garage. Mark had een oude schroevendraaier bij zich. Met één stevige duw sprong het slot open.
Een zure, onnatuurlijke geur vulde de lucht.
Binnen was het donker, op een paar flikkerende lampjes na. Aan de muren hingen kabels, metalen onderdelen, en dozen vol onbekende apparaten. In het midden stond een grote houten tafel, bedekt met papieren, soldeerbouten en… foto’s.
Niet van mensen.
Van objecten.
Van kamers in ons huis…….
