Histoire de maison de jour 3

Het geluid klonk opnieuw toen ik de deken optilde — een dof klak, alsof er iets kleins en hards tussen de lagen stof verborgen zat.

Ik spreidde de deken uit over de tafel en voelde met mijn vingers langs de naden. Daar, bij een scheur die met grof garen was dichtgenaaid, voelde ik een bobbel. Mijn hart sloeg sneller.

 

Met een schaar knipte ik voorzichtig de draad los. Een klein linnen pakketje rolde eruit, dichtgebonden met vergeelde draad. Ik aarzelde even, toen maakte ik het open.

Er viel iets in mijn hand: drie gouden munten. Oud, zwaar, dof glanzend.

 

Ik staarde ernaar, sprakeloos. Mijn moeder had nooit gesproken over geld, laat staan goud. Ze leefde zuinig, bijna armoedig. Hoe kwam ze hieraan?

 

Ik doorzocht de rest van de deken. Niets.

Toen pakte ik de tweede deken. Ook daar, bij het voeteneinde, voelde ik iets hards.

Nog een pakketje. En nog één.

In totaal vond ik zes pakketjes, elk met drie munten — achttien in totaal.

 

Ik ging zitten, mijn handen trilden. Op elk muntstuk stond een jaartal uit de jaren dertig en veertig. Oude Hollandse guldens, sommige met kleine gravures die ik niet herkende.

Mijn moeder had ze zorgvuldig verstopt. Maar waarom?

 

 

 

De volgende dag belde ik mijn broers.

„Er zat iets in de dekens,” zei ik.

„Wat bedoel je, iets?” vroeg de oudste argwanend.

„Munten. Oud. Goud.”

Er viel een stilte aan de andere kant van de lijn.

„Je maakt een grap,” zei de middelste.

„Was het maar zo,” antwoordde ik. „Kom maar kijken.”

 

Een uur later stonden ze in mijn woonkamer, met diezelfde blikken die ze vroeger droegen wanneer ze iets wilden opeisen dat ze eerst hadden weggegooid…………

Lees verder op de volgende pagina

Laisser un commentaire