Histoire de jour 15

 

Hij stapte dichterbij, gevaarlijk dicht, alsof hij wilde zien of ze zweette. Toen knikte hij langzaam en liep door de gang, alsof zijn hoofd al ergens anders was.

 

Sofia wachtte tot hij de hoek omsloeg en rende daarna naar het kantoor van de hoofdarts. Ze klopte niet eens. Ze stormde naar binnen.

 

« We kunnen haar niet loskoppelen, » zei ze zonder adem. « Niet vandaag. Niet voor we dit melden. Iemand moet komen luisteren naar wat hij net zei. »

 

Maar voordat de arts kon reageren, klonk er een alarm. Hard. Snerpend. Vanuit de kamer van de comapatiënte.

 

Sofia’s bloed stolde.

 

Ze draaide zich om en rende terug.

 

Maar toen ze de deur opende, verstijfde ze.

 

Het was niet de man.

 

Het was de vrouw.

 

Haar ogen… waren open.

 

Groot. Wijd. Vol woeste paniek.

 

En het eerste woord dat ze probeerde te zeggen, nauwelijks hoorbaar, was:

 

« Help… »

 

Sofia boog zich naar haar toe.

« Wat is er gebeurd? Wat probeer je te zeggen? »

 

De vrouw tilde met grote moeite haar hand op—een hand die drie maanden lang levenloos was geweest. Haar vinger trilde. Ze wees naar de deur.

 

« Hij… »

 

Sofia’s hart stond stil.

 

« Wie bedoel je? Je man? »

 

Maar de vrouw knipperde. Heel langzaam. Heel bewust.

 

En schudde haar hoofd.

 

Een koude rilling trok door Sofia’s ruggengraat.

 

Als het niet de man was…

dan betekende dat maar één ding.

 

Iemand anders wist exact wat er drie maanden geleden was gebeurd.

Iemand die nog steeds in het ziekenhuis rondliep.

Iemand die niet wilde dat ze wakker werd.

 

Laisser un commentaire