Ik woon al vijfentwintig jaar in hetzelfde huis. Toen ik hier kwam, waren de tuinen open, zonder hekken, en iedereen kende elkaar. Er waren geen ruzies, alleen warme groeten en kopjes koffie bij de buren.
Mijn trots was altijd mijn bloementuin. Ik hield van rozen, zonnebloemen, lavendel en klaprozen. Elke zomer kwamen er bijen en vlinders op af, en de hele straat rook naar bloemen. Voor mij waren die bijen een zegen. Ze deden wat de natuur bedoeld had: bestuiven, leven brengen.
De meeste buren genoten er ook van. Ze haalden er foto’s van, of kwamen soms wat bloemen plukken voor een vaas. Het maakte mij blij om mijn kleine paradijs te delen.
Maar niet iedereen dacht er zo over…….
