Histoire de jour 01233

 

Kevin schrok wakker en begon te huilen. Mijn hart sloeg over. Ik liep naar het raam en zag een vrouw uitstappen. Haar haren waren warrig, haar ogen fel. Ze droeg een leren jas en hield iets in haar hand — een stapel papieren?

 

“Alex!” riep ze. “Dus dáár zat je! Met háár!”

 

Alex stond op, verbleekte en mompelde: “Ik kan dit uitleggen.”

De vrouw kwam dichterbij. “Uitleggen? Serieus? Je verdwijnt wekenlang, je neemt mijn auto mee, en dan… dit?”

 

Mijn adem stokte. “Jouw auto?” vroeg ik zacht.

Ze keek me recht aan. “Ja. En ik ben zijn vriendin. Of… was dat tenminste.”

 

Er viel een stilte waarin alleen Kevin’s snikken te horen was.

Alex keek naar de grond. “Het is niet wat je denkt. We waren al bijna uit elkaar—”

“Bijna?” onderbrak ze hem. “Je hebt me gisteren nog gebeld!”

 

Mijn maag draaide om.

Ik voelde me misselijk, bedrogen, beschaamd. Alles wat ik de laatste weken had opgebouwd — hoop, vertrouwen, rust — stortte ineen.

 

“Alex,” zei ik met trillende stem, “ga alsjeblieft weg.”

 

Hij wilde iets zeggen, maar ik draaide me om en ging naar binnen. Ik tilde Kevin op, wiegde hem tegen mijn borst. Buiten hoorde ik nog hun stemmen, maar ze leken ver weg. Ik deed het raam dicht.

 

De volgende ochtend stond er een briefje onder mijn deur.

 

“Het spijt me. Ik wilde je nooit kwetsen. Ik dacht dat ik alles had afgesloten, maar blijkbaar niet. Je verdient beter. — Alex……

lees meer op de volgende pagina

Laisser un commentaire