Histoire de fille 55

 

> “Was het druk op de markt?”

Ze glimlachte. “Niet echt.”

Geen spoor van schuld, geen aarzeling.

 

 

 

Die glimlach maakte me banger dan stilte.

 

 

 

Een week later besloot ik open kaart te spelen.

Tijdens het avondeten legde ik mijn vork neer en zei rustig:

 

> “Ik weet dat je die streepjes niet zomaar zet. Wat betekenen ze?”

 

 

 

Ze keek me lang aan, toen lachte ze zacht.

 

> “Je had het niet moeten vragen,” fluisterde ze.

 

 

 

Ik voelde mijn keel droog worden.

 

> “Waarom niet?”

 

 

 

Ze stond op, liep naar haar nachtkastje en haalde het zwarte boekje tevoorschijn. Ze legde het voor me neer.

 

> “Lees het dan. Maar als je dat doet, kun je niet meer doen alsof je het niet weet.”

 

 

 

Ik opende het.

De laatste pagina was gisteravond ingevuld.

Datum: 3 mei — Streepjes: 68

Opmerking: Nog twee.

 

> “Nog twee wat?” vroeg ik zacht.

 

 

 

Ze ging weer zitten, vouwde haar handen en keek me recht aan.

 

> “Herinneringen.”

 

 

 

Ik fronste. “Wat bedoel je?”

 

> “Elk streepje,” zei ze langzaam, “staat voor een herinnering die ik heb verloren.”

 

 

 

Mijn adem stokte.

 

> “Verloren?”

 

 

 

Ze knikte. “Mijn moeder had dezelfde aandoening. Ze noemde het ‘de uitwisser’. Het begint klein — je vergeet waar je je sleutels hebt gelegd, of wat je gisteren hebt gegeten. Maar met de tijd verdwijnen ook mensen, plaatsen… momenten die belangrijk zijn.”

 

Ze wees naar de streepjes op haar hand.

 

> “Elke keer dat ik iets vergeet, zet ik een teken. Zodat ik kan bijhouden hoeveel er nog overblijft.”

 

 

 

Ik voelde een koude rilling over mijn rug glijden.

 

> “En… de notities?”

 

 

 

> “Sporen van wat ik probeer vast te houden,” fluisterde ze. “De bakkerij waar we onze eerste taart kochten. De marktplaats waar jij me die sjaal gaf. Alles wat verdwijnt, laat ik hier achter.”

 

 

 

Mijn ogen vulden zich met tranen.

 

> “Waarom heb je het me niet verteld?”

 

 

 

Ze glimlachte zwak. “Omdat ik niet wilde dat je me als iemand zou zien die langzaam verdwijnt. Ik wilde dat je me zou herinneren zoals ik was.”

 

 

 

Sindsdien ben ik haar geheugen geworden.

Elke ochtend vraag ik haar of ze zich nog herinnert waar we naartoe gaan, wie ze gisteren sprak. Soms weet ze het, soms niet.

De streepjes op haar hand worden er niet minder, maar ik zie de angst in haar ogen veranderen in vertrouwen.

 

Ik help haar noteren wat belangrijk is, we schrijven samen.

In plaats van verlies, zijn de streepjes nu symbolen van strijd — van veerkracht.

 

En telkens wanneer ze een nieuw streepje zet, pak ik haar hand vast en fluister:

 

> “Weet je nog? Wij zijn hier nog.”

 

 

 

Laisser un commentaire