Maar mijn hoofd tolde.
De volgende dagen observeerde ik haar aandachtiger. Ze zette nooit streepjes waar ik bij was — altijd op subtiele momenten: als ik even de kamer uitging, of als ze dacht dat ik sliep.
Op een avond zag ik het toevallig.
We keken samen televisie. Ze hield haar hand op haar knie, haar pen tussen haar vingers.
Plots, zonder enige aanleiding, trok ze één dun streepje op de zijkant van haar hand.
Ze glimlachte.
Alsof ze iets had gewonnen.
Mijn maag draaide om.
—
Ik besloot haar te volgen. Niet om haar privacy te schenden, maar om mezelf gerust te stellen.
Op een regenachtige zaterdag zei ze dat ze “even naar de markt” ging.
Tien minuten later liep ik op afstand achter haar aan.
Ze stopte niet bij de marktkramen. In plaats daarvan ging ze een klein parkje in aan de rand van de stad. Daar bleef ze even staan, keek om zich heen, en schreef iets in haar notitieboekje. Toen ze opstond, zag ik dat ze een bloem plukte en in haar tas stopte.
Toen ze thuiskwam, vroeg ik……..