Hij liep weg.
Ik boog me naar voren.
“Je moet hiervoor betalen,” zei ik rustig.
Hij draaide zich half om, met een grijns die ik zelfs door zijn zonnebril voelde.
“Suc6 daarmee,” zei hij, alsof hij een sms-bericht voorlas, en leunde nog verder achterover.
Binnen dertig seconden snurkte hij luid genoeg om de zuurstofmaskers te laten trillen.
Ik keek om me heen. Niemand zei iets.
De vrouw naast me bladerde door een tijdschrift.
De man bij het raam deed alsof hij sliep.
Alleen een kind een rij verderop keek me met grote ogen aan, alsof het wist dat dit niet eerlijk was.
Ik ademde diep in.
Wraak was geen optie — maar rechtvaardigheid, dat klonk wél redelijk.
De zet
Toen de maaltijdservice begon, kreeg iedereen een plastic bakje pasta en een broodje dat waarschijnlijk vóór de pandemie was gebakken.
De stewardess vroeg: “Koffie of thee?”
Ik glimlachte vriendelijk.
“Allebei graag. En — zou ik een extra servetje mogen?”
Terwijl ik mijn eten at, keek ik hoe de man voor me zijn stoel nog verder naar achteren probeerde te duwen.
Hij zuchtte tevreden, zijn ellebogen wijd, alsof hij in een leunstoel zat in zijn eigen woonkamer.
Ik dacht aan mijn laptop, aan al het werk dat ik nog moest doen. En toen aan het kind dat me nog steeds aankeek, met een blik die zei: Ga je echt niks doen?
Toen wist ik wat ik moest doen.
Heel voorzichtig — zonder iets onbeleefds te doen — kantelde ik mijn beker thee een beetje toen ik opstond.
Een paar druppels vielen precies op de bovenkant van zijn krant, die hij achteloos op de armleuning had laten liggen.
Hij schrok wakker, trok de krant omhoog, en keek achterom…………