Nog steeds alsof ze toestemming nodig hadden om te bestaan.
Vanessa lachte kort.
Geforceerd.
— Dat maakt niet uit. We zijn familie—
— Precies, onderbrak ik haar.
Mijn stem bleef kalm.
Maar scherper nu.
— Familie betekent niet dat je overneemt wat niet van jou is.
De kamer was stil.
Volledig stil.
Zelfs de muziek leek zachter.
Ik draaide me naar mijn vader.
— Waarom heb je me niets gezegd?
Hij slikte.
— We wilden geen problemen…
Mijn moeder keek naar de grond.
— Ze zeiden dat het tijdelijk was…
Ik knikte langzaam.
Natuurlijk.
Altijd tijdelijk.
Tot het permanent wordt.
Ik draaide me terug naar Vanessa.
— Je hebt hun kamers leeggehaald.
— Je hebt hun spullen ingepakt.
— Je hebt gasten uitgenodigd in een huis dat niet van jou is.
Elke zin viel zwaar.
— En je noemt het “jullie ruimte”.
Ze zette een stap naar voren.
Haar toon veranderde.
Minder charmant.
Meer defensief.
— We verwachten een baby. We hebben ruimte nodig—
— Dan zoek je je eigen huis.
Stilte.
Hard.
Definitief.
Mijn broer keek tussen ons in.
— Kom op… dit hoeft niet zo—
Ik keek hem aan.
Lang.
— Jij wist dit.
Hij zei niets.
Dat was genoeg.
Ik pakte het document weer op.
Hield het iets omhoog.
— Wettelijk gezien…
Een kleine pauze.
— hebben jullie hier geen recht om te wonen.
Vanessa’s gezicht werd strak………………..