Histoire 22 2087 55

Eerst gebeurde er niets bijzonders.

Het bekende interieur van de auto. Het zachte gezoem van de motor. Mike die zijn gordel vastklikte. Vivian naast hem, haar hoodie op, haar telefoon in haar handen.

“Alles oké?” vroeg hij.

“Ja,” antwoordde ze zacht.

Ze reden weg.

Ik voelde mijn schouders iets ontspannen. Zie je wel, zei een stem in mijn hoofd. Je bent paranoïde.

Maar toen sloegen ze niet af richting het tankstation.

Ze reden de andere kant op. De weg naar het industriegebied. Donker. Leeg. Geen winkels. Geen lichtreclames.

Mijn hart begon sneller te kloppen.

Na tien minuten parkeerde Mike de auto. Niet bij een ijssalon. Niet eens bij een gebouw. Gewoon langs de weg, bij een klein parkje.

Hij zette de motor uit.

Er viel een stilte.

Vivian keek uit het raam.

“Ik haat het hier,” zei ze.

Mike zuchtte. “Ik weet het. Maar dit is de enige plek waar je rustig kunt praten.”

Mijn handen trilden.

“Heb je vandaag weer iets gehoord?” vroeg hij.

Vivian knikte. “Op school. Ze zeggen dat ik vreemd ben. Dat ik te stil ben. Dat ik doe alsof ik beter ben dan zij.”

Mike draaide zich half naar haar toe, maar hield zijn handen zichtbaar op het stuur.

“Luister,” zei hij rustig. “Wat zij zeggen, bepaalt niet wie jij bent. En wat er met je biologische vader is gebeurd… dat was niet jouw schuld.”

Ik hield mijn adem in.

“Hij heeft me nooit gebeld,” fluisterde Vivian. “Niet eens op mijn verjaardag.”

Mike knikte langzaam. “En dat doet pijn. Dat mág pijn doen.”

Er viel weer een stilte. Vivian veegde haar ogen af………………

Lees verder op de volgende pagina.

Laisser un commentaire