—
Het getal dat ik zag…
voelde niet echt.
—
Te groot.
Te stil.
—
Ik keek ernaar.
Nog eens.
—
“Dit… klopt niet,” fluisterde ik.
—
De manager glimlachte licht.
—
“Het klopt wel,” zei hij.
“En het is volledig van u.”
—
De kamer werd stil.
—
Niet leeg.
—
Maar zwaar.
—
Al die jaren…
dat ik dacht dat ik alleen maar had gegeven.
—
Blijkbaar had het leven…
toch iets teruggezet.
—
Niet luid.
Niet zichtbaar.
—
Maar geduldig.
—
“Waarom wist ik dit niet?” vroeg ik.
—
“Waarschijnlijk omdat de communicatie naar een oud adres is gegaan,” zei hij.
“En de rekening nooit actief werd gebruikt.”
—
Ik knikte langzaam.
—
Typisch.
—
Het leven had me nooit iets makkelijk gemaakt.
Zelfs dit niet.
—
De manager sloot het dossier.
—
“Wat u ook besluit te doen,” zei hij,
“u hoeft zich geen zorgen meer te maken over… waar u vanavond slaapt.”
—
Die woorden…
raakten harder dan het bedrag.
—
Want het ging niet om geld………….