— Wat is dit…? vroeg hij.
— Scheidingspapieren.
Zijn gezicht verbleekte.
— Je… hebt dit al voorbereid?
— Natuurlijk.
Een kleine stilte.
— Ik bereid alles voor.
Die woorden…
sneden dieper dan woede ooit had gekund.
Iseult stond langzaam op.
— Ik ga… zei ze.
— Ja, antwoordde Éléonore. — Dat is waarschijnlijk het eerste juiste wat je doet vanavond.
Zonder nog iets te zeggen…
verliet Iseult het appartement.
De deur sloot zacht.
Maar het klonk als een einde.
Maël bleef staan.
Alleen.
— Is dit echt het einde? vroeg hij.
Éléonore keek naar hem.
Voor de laatste keer…
zoals hij was.
Niet als haar man.
Maar als een vreemde.
— Nee, zei ze rustig.
Hij keek op.
Een sprankje hoop.
— Dit is geen einde.
Ze nam haar glas.
En dronk een slok.
— Dit is een correctie.
Stilte.
— Van een fout die ik te lang heb genegeerd.
Hij zakte langzaam terug in zijn stoel.
Gebroken.
Maar zij…
niet.
Op dat moment hoorde men kleine voetstapjes.
Alba stond in de gang.
Half slaperig.
Met haar knuffel in haar hand.
— Mama…?
Éléonore draaide zich onmiddellijk om.
En haar hele gezicht veranderde.
Zacht.
Warm.
— Kom hier, mijn hart.
Ze nam haar dochter in haar armen.
— Waarom huil je niet? fluisterde Maël.
Éléonore keek hem nog één keer aan.
— Omdat ik niets verloren heb.
Ze keek naar Alba.
— Ik heb alleen verwijderd wat nooit echt van mij was.
Daarna liep ze weg.
Met haar dochter in haar armen.
En achter haar…
bleef alleen de stilte achter.
Maar deze keer…
was het niet de stilte van verraad.