Histoire 22 074

De muziek viel stil alsof iemand de stekker uit de avond had getrokken.

Het zachte getokkel van de mariachi verdween in een leegte die zwaarder woog dan elk geluid.

Alle ogen gingen niet langer naar mij, bedekt met room en verkruimelde taart, maar naar de twee mannen in donkere pakken die nu rustig door de zaal liepen.

Alejandro’s hand, die mij enkele seconden eerder nog had geduwd, hing nu slap langs zijn lichaam.

Zijn gezicht was kleurloos geworden, alsof al het bloed zich had teruggetrokken naar één enkele plek: zijn hart, dat zichtbaar te snel klopte.

Doña Catalina liet haar coupe zakken.

Heel langzaam.

Haar glimlach – die geoefende, giftige glimlach – brak in tweeën.

Ik stond op.

Niet gehaast.

Niet boos.

Ik veegde geen kruimels van mijn jurk. Ik liet ze zitten, als bewijs.

“Wat is dit?” fluisterde Alejandro, zonder iemand specifiek aan te kijken.

Zijn stem trilde. Dat was nieuw.

Een van de mannen boog zich naar hem toe en sprak kalm, bijna beleefd:

“Señor Ruiz, wij zijn van de financiële autoriteiten. We hebben een melding ontvangen die onmiddellijke verificatie vereist.”

Het woord melding hing in de lucht als een vonnis.

De zaal begon te murmelen. Glazen werden neergezet. Stoelen schoven.

Niemand lachte meer.

Ik stapte naar voren, mijn hakken plakkend aan de marmeren vloer.

“Het is mijn schuld,” zei ik zacht, maar duidelijk genoeg voor de voorste tafels.

Alejandro draaide zich naar mij om, zijn ogen groot.

“Zij liegt,” snauwde Doña Catalina plots. “Dit is een toneelstuk. Ze is hysterisch. Kijk naar haar!”

Een van de mannen keek haar aan.

Lang.

Onbewogen.

“Mevrouw,” zei hij, “we hebben zes maanden aan documenten ontvangen. Geordend. Gecategoriseerd. Met tijdstempels.”

Ik glimlachte.

Zes maanden eerder had niemand mij serieus genomen.

Ik was de vrouw……………….

Lees verder op de volgende pagina.

Laisser un commentaire