De koude wind van december bleef ruwen, maar het voelde niet meer zo doordringend voor Margaret. Terwijl ze Lucy stevig in haar armen hield, voelde ze iets dat ze lange tijd niet meer had ervaren: een warmte die niet alleen van buiten kwam, maar van binnenuit. De sneeuw viel nu langzaam en gelijkmatig, en de wereld om haar heen leek in een soort van serene stilte te vervallen.
Lucy keek naar Margaret met haar grote, nieuwsgierige ogen, alsof ze niet helemaal begreep wat er precies gaande was, maar zich toch veilig voelde. Ze hield haar hand vast en legde haar hoofd op Margaret’s schouder.
— “Wat nu, mama?” vroeg ze met een zachte stem, haar woorden de lucht in fladderend als een belofte.
Margaret keek naar de kleine, schattige figuur die haar zo vastberaden had aangekeken. Ze had zich altijd het gevoel van moed en liefde voorgesteld, maar nooit zo… puur en onschuldig. Haar gedachten flitsten voorbij. Het had allemaal zo veel anders kunnen zijn. Ze had zichzelf altijd gezien als een persoon die het leven alleen zou doorstaan. Maar nu voelde het alsof ze een nieuw pad had gevonden, een pad dat haar samen met Lucy naar iets nieuws zou leiden.
— “Nu… nu gaan we een nieuwe start maken, Lucy. We gaan samen iets opbouwen. Een plek waar we ons veilig voelen, een huis waar we kunnen lachen, waar we kunnen zijn wie we echt zijn.” Haar stem trilde een beetje, maar dit keer was het niet van verdriet, het was van hoop……….