— “Ik zal vragen of ze met je wil praten,” zei ze tenslotte. “Maar niets meer dan dat.”
—
Het was diep in de nacht toen Élise door het zachte tikken op haar deur wakker werd. Haar moeder kwam binnen, het licht van de gang als een halo achter haar.
— “Ma chérie… Marc heeft gebeld.”
Élise verstijfde. Ze had gezworen dat ze zijn naam voorlopig niet meer wilde horen. Ze had gezworen dat ze alleen wilde focussen op haar dochtertje, dat slapend tegen haar borst lag.
— “Waarom?” vroeg ze, haar stem vermoeid.
— “Hij zegt dat het dringend is. Het klonk alsof er iets mis is.”
Élise voelde een knoop in haar maag. Niet uit liefde — die was langzaam gestorven — maar uit een soort intuïtie dat er iets groters gaande was dan hun breuk.
Ze zuchtte diep.
— “Goed… geef me de telefoon.”
Haar moeder gaf haar het toestel en verliet de kamer zachtjes, de deur half openlatend, alsof ze klaarstond om haar te beschermen als het nodig was.
Élise nam de telefoon vast, keek naar haar slapende baby en drukte toen op ‘bellen’.
Marc nam vrijwel meteen op.
— “Élise? Élise, alsjeblieft, hang niet op.”
— “Wat wil je, Marc?” vroeg ze kalm maar resoluut.
Hij leek een paar seconden te zoeken naar woorden, alsof hij bang was dat alles wat hij zei verkeerd zou overkomen. En misschien was dat ook wel terecht…………