— Lucie… mompelde Isabelle, haar stem trillend. — Het kan niet…
Camille knikte zachtjes, haar adem stokend.
— Ik weet het… ik begrijp het pas net zelf, zei ze. — Maar ik wilde het je teruggeven. Ik… ik wist niet dat het van jouw dochter was tot vanavond.
De zaal rondom hen werd stil. De gasten, die tot dan toe feestelijk hadden gelachen en gedronken, merkten niets van het drama dat zich afspeelde aan de andere kant van de kamer. Alleen de geluiden van brekend kristal, de zachte ademhalingen van de twee vrouwen en het tikken van de klok vulden de ruimte.
Isabelle voelde haar knieën knikken en zakte langzaam op een stoel. Haar handen omklemden het collier alsof ze bang was dat het elk moment zou verdwijnen. Het was meer dan een sieraad; het was een stukje van haar verloren dochter, een herinnering die twintig jaar begraven lag onder pijn en verdriet.
— Jij… jij bent haar, fluisterde Isabelle, bijna niet verstaanbaar. — Jij draagt een deel van haar met je mee…
Camille slikte en knikte. Ze voelde hoe de tranen over haar wangen rolden. Ze had nooit gedacht dat ze een moment als dit zou meemaken. Een moment waarin haar eigen verleden en het verdriet van een ander zo krachtig samenvloeiden dat er geen woorden genoeg waren.
Isabelle stond langzaam op. Ze liep naar Camille en boog zich naar voren, haar ogen vol emotie.
— Ik weet niet hoe ik je moet bedanken, zei ze zacht. — Je hebt mij mijn dochter teruggebracht… niet alleen dit collier, maar een stukje van haar ziel.
Camille glimlachte, trillend maar opgelucht………