Het gezicht van mevrouw Isabelle Montfort kleurde helemaal wit. Haar ogen werden groot van ongeloof, haar adem stokte en ze voelde haar knieën bijna bezwijken. Ze kon nauwelijks geloven wat ze zag. Daar, in de handen van het jonge meisje dat ze jarenlang als niets had beschouwd, lag het collier van haar verloren dochter.
Camille hield het sieraad stevig vast, haar handen trilden licht. Ze wist dat ze iets bij zich droeg dat van onschatbare waarde was, maar ze had nooit kunnen vermoeden dat ze een directe verbinding had met de hartverscheurende geschiedenis van de koude, ongenaakbare Isabelle.
— Waar… waar heb je dit vandaan? stamelde Isabelle, haar stem gebroken en zacht, bijna een fluistering. — Dit… dit was van Lucie… mijn dochter…
Camille keek op. Haar ogen glinsterden in het zachte licht van de kristallen kroonluchters.
— Mijn moeder… ze gaf het aan mij voordat ze stierf, fluisterde ze. — Ze zei dat dit het enige was dat ik had van mijn echte familie.
Isabelle liep een paar stappen naar voren, haar handen bevend, en boog zich naar het collier. Haar vingers raakten het aan alsof het van glas was, bang om het te breken. Ze herkende onmiddellijk de inscriptie aan de achterkant, iets wat alleen zij wist:
“I & L Pour Toujours”
Een traan gleed over haar wang. Haar hart sloeg over. Twintig jaar van pijn, van eindeloos zoeken en hoop die steeds in rook opging, leek in één moment samen te vallen met deze jonge vrouw die zij slechts als een dienstmeid had gezien……………