Mijn adem stokte.
“De arts zei dat de kans dat jij ooit een kind zou verwekken, bijna nul was.”
De stilte in de zaal werd ondraaglijk.
Anaya’s vingers trilden terwijl ze het papier vasthield.
“Dus…” fluisterde ze.
Reema knikte langzaam.
“Dus nee. Dit kind is niet van hem.”
Een golf van geschokte geluiden vulde de ruimte.
Ik voelde iets breken — maar niet zoals ik had verwacht.
Niet woede.
Geen jaloezie.
Maar confrontatie.
Drie jaar lang had ik haar koel behandeld. Afstandelijk. Haar overtuigd dat zij misschien het probleem was. Dat zij degene was die geen gezin kon geven.
Ze had de waarheid gekend.
En gezwegen.
“Waarom heb je niets gezegd?” vroeg ik schor.
Reema keek me aan met een blik die niet langer liefde bevatte, maar ook geen haat.
“Omdat ik hoopte dat je me ooit zou liefhebben zonder dat een kind als bewijs nodig was.”
Anaya sloot de envelop langzaam.
“En de vader?” vroeg ze.
Reema’s hand rustte opnieuw op haar buik.
“Iemand die me koos zonder berekening. Zonder voordeel. Zonder schaamte.”
Dat was het moment waarop de fundamenten van mijn leven werkelijk begonnen te trillen.
Niet omdat zij zwanger was.
Maar omdat ik eindelijk zag wie ik was geweest.
Ik had haar niet verlaten om ware liefde te vinden……………….