Anaya’s stem was kalm. Niet scherp. Niet beschuldigend.
Gewoon helder.
“Het kind dat je draagt… van wie is het?”
De hele zaal verstijfde.
Ik voelde hoe alle blikken zich tegelijk op Reema richtten. Mijn hart bonsde in mijn keel. Een deel van mij was boos — hoe durfde ze hier te verschijnen? Een ander deel voelde iets wat ik niet wilde benoemen.
Reema keek eerst naar Anaya.
Toen naar mij.
Ze glimlachte niet. Ze huilde niet. Haar gezicht was rustig, maar haar ogen droegen jaren die ik nooit had willen zien.
“Dat is precies de vraag die jij drie jaar lang had moeten stellen,” zei ze zacht.
Er ging een gefluister door de gasten.
Anaya week geen centimeter. “Dat is geen antwoord.”
Reema legde een hand op haar buik.
“Het is van mijn echtgenoot.”
De woorden troffen me als een klap.
“Dat is onmogelijk,” zei ik onmiddellijk. “Wij hebben nooit—”
Ik stopte midden in mijn zin.
Nooit wat?
Nooit geprobeerd?
Nooit gewild?
Reema keek me recht aan.
“Je hebt altijd geweigerd om testen te doen,” zei ze. “Je zei dat jij perfect gezond was. Dat het probleem onmogelijk bij jou kon liggen.”
Mijn handen werden koud.
Anaya draaide zich langzaam naar mij toe.
“Wat bedoelt ze?”
Reema haalde een envelop uit haar tas.
“Ik wilde dit niet op je bruiloft doen,” zei ze. “Maar misschien is dit de enige plek waar je eindelijk luistert.”
Ze gaf de envelop aan Anaya, niet aan mij.
Anaya opende hem.
Het was een medisch rapport.
Mijn naam stond erop.
Datum: zes maanden vóór onze scheiding.
Diagnose: ernstige mannelijke infertiliteit.
De letters leken groter te worden terwijl ik staarde.
“Ik heb je laten testen,” zei Reema rustig. “Toen je onder narcose was voor die kleine ingreep aan je schouder. Je had toestemming getekend voor algemene onderzoeken. Ik heb de resultaten ontvangen……………….