Histoire 21 2084 36

Cláudia keek toe hoe Sônia het dienblad leeggooide. De soep verdween in de gootsteen zonder zelfs maar afgekoeld te zijn. Het geluid van de vloeistof die wegspoelde, voelde als iets definitiefs — alsof elke dag opnieuw een klein beetje hoop werd doorgespoeld.

Die nacht sliep Cláudia nauwelijks. Niet vanwege het grote, vreemde huis, maar vanwege het beeld van Marina’s lege blik. Het meisje had niet gehuild. Niet geschreeuwd. Ze had niets gedaan. En dat was wat haar het meest beangstigde.

De volgende ochtend stond Cláudia vroeg op. Nog voor Sônia of de tuinman. Ze bond haar haar vast, waste haar handen en ging niet naar de keuken.

Ze ging naar de markt.

Met haar eigen geld kocht ze iets kleins: rijst, kippenbotten, wortels, een ui. Niets bijzonders. Iets warms. Iets dat rook naar thuis.

Toen ze terugkwam, fronste Sônia haar wenkbrauwen. — Wat doe je? De keuken is al vol.

— Dit is niet voor de keuken, antwoordde Cláudia rustig. Dit is voor Marina.

Sônia schudde haar hoofd. — Verspil je energie niet. Ze raakt niets aan.

Cláudia zei niets. Ze zette een kleine pan op het vuur, heel zacht, en begon te koken. Niet haastig. Niet volgens een recept. Ze kookte zoals haar grootmoeder vroeger deed, op gevoel. Ze liet de geur langzaam door het huis trekken.

Geen dienblad. Geen porselein. Alleen een eenvoudige kom.

Ze klopte op Marina’s deur. Geen antwoord.

Voorzichtig deed ze de deur open en zette de kom op het kleine tafeltje naast de fauteuil. Ze zei niets. Ze vroeg niets. Ze bleef ook niet staan.

Maar toen ze zich omdraaide om te vertrekken, sprak Marina. Haar stem was zo zacht dat Cláudia dacht dat ze het zich verbeeldde.

— Dat ruikt… anders…………..

Lees verder op de volgende pagina.

Laisser un commentaire