Die ochtend besloot ik naar hun wekelijkse bijeenkomst te gaan. Een kleine stap, maar een belangrijke. Terwijl ik Ethan in zijn buggy zette en de deur achter me sloot, voelde de frisse Nederlandse lucht bijna als een nieuwe start. Het was koud, maar helder; een typische ochtend in november. De straten waren rustig, en de bladeren kraakten onder mijn schoenen.
Toen ik de buurtcentrum binnenliep, hoorde ik meteen het zachte geroezemoes van stemmen en het gelach van kinderen. Mijn hart klopte snel — sociale situaties waren nooit mijn sterkste punt geweest, maar nu, na de rouw, voelde het bijna alsof ik een onbekende wereld binnenstapte.
“Goedemorgen!” klonk een vriendelijke stem. Een vrouw van ongeveer mijn leeftijd, met lichtbruin haar en een warme glimlach, kwam naar me toe. “Ik ben Sophie. Is dit de eerste keer dat je komt?”
Ik knikte, een beetje verlegen. “Ja… ik ben Lina,” zei ik zacht.
Ze keek naar Ethan. “Wat een mooie jongen! Hoe oud is hij?”
“Zeven maanden.”
“Wat leuk. Kom, we hebben net thee gezet. Maak het jezelf gemakkelijk……