Histoire 21 00 3

Die nacht sliep Katia nauwelijks. Elke keer als ze haar ogen sloot, zag ze Antóns hand opnieuw bewegen. Niet de klap zelf — maar de intentie ervoor. Die fractie van een seconde waarin hij besloot dat hij het recht had.

In de vroege ochtend stond ze op, trok een oude trui aan en ging aan de keukentafel zitten met een kop koude koffie. Haar moeder zat tegenover haar, zwijgend, alsof woorden nog niet veilig waren.

“Hij zal bellen,” zei haar moeder uiteindelijk.

“Dat weet ik,” antwoordde Katia.

En inderdaad, tegen de middag begon haar telefoon te trillen.

Antón.

Ze nam niet op.

Hij belde opnieuw.

En opnieuw.

En opnieuw.

Daarna kwamen de berichten.

Het spijt me.

Ik was boos.

Je provoceerde me.

Iedereen kijkt naar mij nu.

Je hebt me vernederd.

Katia las ze één voor één. Ze voelde geen woede. Alleen een diepe, koude helderheid.

Ze typte één antwoord.

Raak me nooit meer aan. Dit is voorbij.

Daarna blokkeerde ze zijn nummer.

De dagen daarna waren zwaar. Niet door twijfel, maar door reacties. Familieleden die “het wilden begrijpen”. Vrienden die fluisterden dat ze “misschien te hard” was geweest. Mensen die haar prezen, maar tegelijk bang waren voor haar kracht.

En toch — elke ochtend werd ze wakker met een gevoel dat ze nooit eerder had gekend.

Rust.

Ze begon therapie. Niet omdat ze gebroken was, maar omdat ze zichzelf serieus nam. Ze leerde woorden geven aan dingen die ze jaren had genegeerd: controle, gaslighting, subtiele vernedering, liefde die altijd voorwaarden had gehad.

Langzaam begon ze haar leven opnieuw te ordenen.

Ze zegde het gezamenlijke appartement op.

Ze veranderde haar routines.

Ze begon weer te schilderen — iets wat Antón altijd “tijdverspilling” had genoemd…………….

Lees verder op de volgende pagina.

Laisser un commentaire