En toen toonde Véronica haar ware gezicht.
Nog geen twee dagen na de begrafenis klopte ze op mijn kamerdeur. Haar stem was koud, zonder een greintje medelijden.
> “Je hebt 36 uur om hier weg te zijn.”
Ik keek haar aan, verward.
> “Wat bedoel je?”
Ze kruiste haar armen.
> “Het huis is van mij. Jouw vader heeft het aan mij nagelaten. Jij hoort hier niet meer.”
Mijn hart sloeg een slag over.
> “Ik beval binnen twee weken! Waar moet ik heen?”
Ze haalde haar schouders op.
> “Een hotel, een opvanghuis — maakt mij niet uit. Maar ik wil hier geen… problemen.”
Ik voelde tranen branden.
> “Papa zou dit nooit goedkeuren.”
Ze glimlachte koel.
> “Papa is er niet meer. Ik ben nu degene die beslist.”
Ze draaide zich om, pakte haar telefoon en belde iemand.
> “Kom nu. We moeten iemand eruit zetten,” zei ze met een glimlachje.
Ik hoorde een mannenstem aan de andere kant — haar geheime vriend, van wie mijn vader niets had geweten.
Binnen een uur stond hij aan de deur, met regen op zijn jas en een ongeïnteresseerde blik in zijn ogen.
> “Waar is ze?” vroeg hij.
“Daar,” zei Véronica, terwijl ze naar mij wees alsof ik een stuk afval was.
Hij zette een stap naar voren, maar op dat moment klonk er een harde klop op de deur.
Twee agenten stapten binnen, gevolgd door een oudere vrouw in een mantel.
> “Mevrouw Véronica Van Dalen?” vroeg een van hen.
Véronica draaide zich om, zichtbaar geïrriteerd.
> “Wat is dit? Wat doen jullie hier?”
De agent overhandigde haar een envelop.
“U bent hierbij opgeroepen wegens verdenking van valsheid in geschrifte. Volgens de verklaring van de notaris heeft uw echtgenoot zijn testament laten wijzigen — onder dwang……..